Plan: | Bestemmingsplan Reparatie Buitengebied Midden-West |
---|---|
Status: | vastgesteld |
Plantype: | bestemmingsplan |
IMRO-idn: | NL.IMRO.0233.BPreparatieBgMW-0401 |
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor gebied met archeologische waarde of verwachtingswaarde. In deze gronden zijn archeologische waarden aanwezig, respectievelijk naar verwachting aanwezig.
In afwijking van het overige in het plan ten aanzien van deze gronden bepaalde, zijn op en in deze gronden bouwwerken en voorzieningen toegestaan ten behoeve van instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
In geval van een aanvraag van omgevingsvergunning voor het bouwen voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 100 m², wordt in het belang van de archeologische monumentenzorg aan de vergunning de verplichting verbonden om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde sub 8.3.2, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) op en in de in 8.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 100 m2 of meer:
Het sub 8.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden:
De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als bedoeld onder 8.3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien:
Indien door die werken en werkzaamheden sprake zal of kan zijn van een aantasting van één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden en die werken of werkzaamheden een dwingende noodzaak kennen, kunnen aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat: